> Nieuws
DAC Noordwolde
Kliniek voor huisdieren
Nieuws
20-12-2005

Rhinopneumonie bij het paard.
Door de vele vragen die wij recent kregen over rhinopneumonie, leek het ons goed de feiten nog eens op een rijtje te zetten. De informatie is afkomstig van de Hoofdafdeling Gezondheidszorg Paard Diergeneeskunde faculteit Utrecht

Wat is rhinopneumonie?
Rhinopneumonie is een virusziekte bij het paard die drie verschijningsvormen kent:
� verkoudheidsvorm
� abortus-vorm (besmettelijk verwerpen)
� neurologische-vorm

De verkoudheidsvorm komt zeer regelmatig voor vooral bij jonge paarden. Deze vorm veroor­zaakt koorts en soms een snotneus, hoesten en/of dikke benen.
De abortus-vorm komt regelmatig voor bij merries en veroorzaakt abortus of zeer zwak geboren veulens die vaak sterven.
De neurologische-vorm komt slechts incidenteel voor en veroorzaakt verschijnselen van het zenuwstelsel. Dit begint meestal met een wat slappe staart en ataxie ("lopen als een dronkeman"). Eventueel kunnen ernstiger verlammingsverschijnselen optreden. Meestal zijn alleen de achterbe­nen aangetast, maar in de ernstigste gevallen kunnen ook de voorbenen meedoen.

Alle paarden in Nederland komen regelmatig met het rhinopneumonie-virus in contact. Het is helaas niet bekend waarom een bedrijf soms getroffen wordt door abortussen of verlammingspro­ble­men.

Behandeling
Voor rhinopneumonie is geen specifieke therapie. In het geval van de verkoudheidsvorm is dat geen probleem omdat de paarden doorgaans snel herstellen, net zoals de mens in het geval van een verkoudheid.
De abortus-vorm veroorzaakt de dood van de vrucht of van het ernstig ziek geboren veulen, maar geeft geen echte ziekteverschijnselen bij de merrie. Voor het veulen is behandeling niet mogelijk en voor de merrie meestal niet nodig.
In het geval van de neurologische-vorm is er geen echte therapie, maar paarden met de neurologi­sche-vorm hebben wel intensieve verpleging nodig. Met een goede verzorging kunnen deze paarden gedeeltelijk of volledig herstellen.

De belangrijkste punten van de verzorging/behandeling zijn:
� voorkomen dat het paard, als hij zich niet meer staande kan houden, in paniek raakt en gaat liggen "vechten" en zich zelf ernstig beschadigt
� voorkomen dat de blaas overrekt wordt De zenuwaandoening van de achterhand begint met een gedeeltelijke blaasverlam­ming en dit heeft o.a. tot gevolg dat het paard geen plasdrang meer heeft. Het is dus van belang zonodig de blaas te catheteriseren (de dierenarts brengt dan via de vagina of via de penis een slangetje in de blaas waardoor de urine kan afvloeien)
� zorgen dat het paard voldoende vocht en voedsel binnen krijgt

Preventie
In hoeverre het mogelijk is paarden preventief te beschermen tegen rhinopneumonie hangt af van de vorm. Een vaccinatie tegen de verkoudheidsvorm is redelijk betrouw­baar, maar moet tenminste tweemaal per jaar worden gegeven. Een vaccinatie tegen de abortusvorm is veel minder betrouw­baar en dient tenminste vier maal per jaar te worden gegeven. Ondanks vaccineren kunnen er op een bedrijf toch merries aborteren. De vaccinatie biedt dus geen volledige bescherming tegen abortus. Tegen de neurologische vorm van rhinopneumonie is vaccineren waarschijnlijk niet effectief. Wel kan vaccineren van een gehele stal het rondgaan van het virus verminderen. In het geval dat er al een besmetting aanwezig is, is vaccineren sterk af te raden.

Verspreiding
De verspreiding van het rhinopneumonie-virus (ook wel equine herpesvirus genaamd) vindt voornamelijk plaats door direct contact tussen paarden of door samen stallen in ��n ruimte. In principe kan het virus ook door de mens via kleren en handen worden overgedragen als deze van het ene naar het andere paard gaat. Door goed douchen en schone kleren en schoenen kan deze vorm van overbrengen worden uitgesloten. Het passeren van paarden op straat of in het bos is dus geen mogelijke bron van besmetting als direct contact wordt voorkomen. Een bedrijf dat een (mogelijk) probleem heeft doorgemaakt dient twee weken na de laatste koortsaanval contacten met andere paarden te vermijden.

Wedstrijden
De besmettingskans van een paard dat een buitenwedstrijd bezoekt, tussen de activiteiten op de eigen veewagen of trailer blijft staan en niet in direct contact komt met andere paarden wordt uiterst gering geacht. Veel paarden dicht bij elkaar bij een binnenwedstrijd verhoogt het risico op infectie omdat het virus zich ook over korte afstand via de lucht kan verspreiden in kleine ruimtes. Het stallen van een paard bij vreemde paarden brengt relatief het grootste risico met zich mee. Stress (vervoer, wedstrijden etc.) doet bij besmette paarden de kans op neurologische symptomen waarschijnlijk toenemen. Het is daarom aanbevelenswaardig paarden eenmaal daags te temperatu­ren en bij een koortspiek stress en echte inspanning enkele weken zoveel mogelijk te vermijden.

Copyright 2003:
DAC Noordwolde en eRTS Consultancy.
Laatst gewijzigd: 20-12-2005.